ECLI:NL:RBDHA:2023:10179
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nadeelcompensatie vanwege herinrichting route Kijkduin-Houtrust
Het bedrijf [bedrijfsnaam] heeft nadeelcompensatie gevorderd wegens omzetschade als gevolg van de herinrichting van de route Kijkduin-Houtrust in Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag af, waarbij het oordeelde dat slechts 10% van de schade aan de route-herinrichting toe te rekenen was en na aftrek van het normaal maatschappelijk risico geen vergoeding resteerde.
[bedrijfsnaam] stelde dat het college onzorgvuldig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde en dat de toerekening van de schade onjuist was. De rechtbank oordeelde dat het college terecht een contra-expertise liet uitvoeren en dat het gelijkheidsbeginsel niet vereist dat eerdere fouten worden herhaald. Ook was de toerekening van 10% aan de route-herinrichting redelijk onderbouwd, mede gelet op verkeersanalyses.
Verder stelde de rechtbank vast dat het normaal maatschappelijk risico van 8% correct was toegepast en dat de schade niet boven dit risico uitkwam. De voorzienbaarheid van de werkzaamheden was niet doorslaggevend omdat geen vergoeding resteerde.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Wel werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens een te laag vastgestelde dwangsom. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 6 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om nadeelcompensatie wordt ongegrond verklaard.