ECLI:NL:RVS:2024:2413
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nadeelcompensatie voor werkzaamheden herinrichting route Kijkduin-Houtrust
La Fontaine exploiteerde een restaurant aan het Deltaplein in Den Haag en verzocht het college om nadeelcompensatie wegens inkomensschade door werkzaamheden aan de herinrichting van de route Kijkduin-Houtrust en de uitvoering van het bestemmingsplan Kijkduin-Ockenburgh. Het college wees het verzoek af, deels op basis van een second opinion die een schadeverdeling van 90% aan het bestemmingsplan en 10% aan de route-herinrichting adviseerde.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat het college niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld en dat de motiveringsplicht was nageleefd. La Fontaine ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat het college onzorgvuldig handelde, het gelijkheidsbeginsel schond en de schadeverdeling onjuist was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht was afgeweken van het advies van SAOZ en dat de second opinion en het verkeersrapport van Arcadis adequaat waren betrokken. De schadeverdeling werd als redelijk beoordeeld, mede gelet op de fasering en locatie van de werkzaamheden. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden omdat eerdere beslissingen niet bindend zijn. De toepassing van het normaal ondernemersrisico werd bevestigd en cumulatie werd uitgesloten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om nadeelcompensatie van La Fontaine wordt afgewezen met een schadeverdeling van 90% aan het bestemmingsplan en 10% aan de route-herinrichting.