ECLI:NL:RBDHA:2023:10316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs wegens alcoholgebruik en geschiktheidsonderzoek
Eiser werd op 23 april 2022 betrokken bij een verkeersongeval waarbij hij een ademalcoholgehalte van 955 µg/l had. De politie meldde dit aan het CBR, waarna het rijbewijs van eiser werd geschorst en hij werd verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid.
Eiser betwistte dat hij de bestuurder was en stelde dat de politie de getuigenverklaring ten onrechte als betrouwbaar beschouwde. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen van de melder en politieagenten, ondersteund door het proces-verbaal en het alcoholgehalte, voldoende zekerheid bieden dat eiser als bestuurder onder invloed was.
De rechtbank verwierp de alternatieve verklaring van eiser over zijn aanwezigheid op de plaats van het incident wegens gebrek aan bewijs en tijdsverloop. Ook werd gewezen op de strafrechtelijke veroordeling van eiser voor rijden onder invloed, wat een belangrijke aanwijzing vormt.
De rechtbank concludeerde dat het CBR terecht een onderzoek naar geschiktheid oplegde en het rijbewijs schorste, waarbij geen ruimte is voor belangenafweging. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van een alcoholgeschiktheidsonderzoek wordt ongegrond verklaard.