ECLI:NL:RVS:2019:942
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en oplegging geschiktheidsonderzoek na rijden onder invloed
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 15 december 2017 een onderzoek naar zijn geschiktheid op en schorste zijn rijbewijs omdat hij op 14 november 2017 onder invloed van alcohol een scooter bestuurde. Appellant betwistte dit en stelde dat hij niet de bestuurder was. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het bestuursrechtelijke vermoeden van ongeschiktheid niet dezelfde bewijsnorm vereist als het strafrecht. Het feit dat appellant in hoger beroep is gegaan tegen zijn strafrechtelijke veroordeling, vormt geen reden om de bestuursrechtelijke procedure aan te houden. De Afdeling stelde vast dat de processen-verbaal van de politie, waarin appellant als bestuurder werd aangemerkt en zijn eigen erkenning, voldoende zekerheid bieden dat appellant de scooter bestuurde.
De door appellant aangevoerde twijfel aan de juistheid van de processen-verbaal en de getuigenverklaringen werden niet gegrond bevonden. De Afdeling concludeerde dat het CBR terecht een onderzoek naar de geschiktheid heeft opgelegd en bevestigde het besluit van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot schorsing van het rijbewijs en oplegging van een geschiktheidsonderzoek wordt bevestigd.