Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 4 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Overwegingen
knowing participation. Nergens blijkt uit dat eiser met zijn werk opzet heeft gehad tot marteling of andere handelingen in de zin van artikel 1F van het Vv. Hierbij verwijst hij naar de UNHCR Guidelines en de Background Note. [5] Subsidiair meent eiser dat geen sprake kan zijn van
personal participation. Eiser heeft de misdrijven als genoemd in artikel 1F van het Vv niet gefaciliteerd. Indien en voor zover artikel 1F terecht aan eiser is tegengeworpen, wordt gesteld dat onvoldoende deugdelijk is gemotiveerd dat dit leidt tot een actuele bedreiging voor een fundamenteel belang van de rechtsorde. Tot slot stelt eiser dat ten onrechte een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van tien jaar tegen hem zijn uitgevaardigd.
knowing participation) en of hij op enige wijze hieraan persoonlijk heeft deelgenomen (
personal participation). Het is vaste rechtspraak dat dit beleid van verweerder rechtmatig is. [9]
knowing participationis volgens dit beleid in ieder geval sprake als de vreemdeling heeft gewerkt bij een organisatie waarvan verweerder heeft aangetoond dat deze zich op systematische wijze en/of op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan de misdrijven die genoemd worden in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, of wanneer de vreemdeling heeft deelgenomen aan handelingen waarvan hij wist of had moeten weten dat het dergelijke misdrijven betrof.
personal participationis volgens dit beleid onder meer sprake als de vreemdeling een misdrijf als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag heeft gefaciliteerd. Dat is het geval als het handelen en/of nalaten van de vreemdeling in wezenlijke mate heeft bijgedragen aan het betreffende misdrijf. Daarvan kan worden gesproken wanneer de bijdrage een effect heeft gehad op het begaan van het misdrijf en deze hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze had plaatsgevonden indien niemand de rol van de vreemdeling had vervuld of indien de vreemdeling gebruik had gemaakt van mogelijkheden om het misdrijf tegen te houden.
Onderzoek en zorgvuldigheid
De rechtbank volgt niet het standpunt van eiser dat het door verweerder verrichte onderzoek ondeugdelijk en onzorgvuldig is geweest. Dat het primaire doel van het nader gehoor is dat eiser zijn asielmotieven kan toelichten, betekent niet dat verweerder geen vragen kan stellen over de werkzaamheden die hij bij de politie heeft verricht. Ook deze werkzaamheden kunnen immers relevant zijn voor de beoordeling van zijn asielaanvraag. Eiser is daarnaast tijdens de verschillende gehoren voldoende in de gelegenheid gesteld te verklaren over zijn werkzaamheden als politieagent in Syrië. Ook is hij in de gelegenheid gesteld correcties en aanvullingen op de rapporten van de gehoren in te dienen, waarvan hij gebruik heeft gemaakt. De rechtbank volgt ook niet dat onvoldoende is doorgevraagd over de werkzaamheden van eiser bij de politie en over de behandeling van de arrestanten. De rechtbank stelt vast dat eiser meermaals duidelijk en gedetailleerd hierover heeft verklaard. Zo beschrijft eiser in het nader gehoor [10] hoe de arrestaties verliepen, hoe de politie met de arrestanten omging, op welke wijze de arrestanten werden mishandeld en hoe vaak de mishandelingen voorkwamen. Ook verklaart eiser van welke misdrijven de verdachten die hij moest arresteren werden verdacht en wat er na de arrestatie met hen gebeurde. [11] Zowel tijdens het aanmeldgehoor als tijdens het nader gehoor is eiser tevens gevraagd wat zijn rol was bij de arrestaties. [12] Gelet op deze gedetailleerde verklaringen heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien hierop door te vragen.
Gedragingen waarmee eiser in verband wordt gebracht
knowingals
personal participation. Eiser heeft daar te weinig tegen ingebracht om tot een ander oordeel te komen. Verweerder heeft terecht hierbij betrokken dat de Wet op de noodtoestand al 26 jaar van kracht was toen eiser zich in 1989 vrijwillig had aangemeld bij de politie. [17] Uit de door verweerder aangehaalde bronnen blijkt dat op dat moment de Syrische veiligheidsinstanties, waaronder de Syrische politie, zich in ieder geval al 26 jaar lang schuldig maakten aan misdrijven zoals bedoeld in artikel 1F van het Vv. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser hiervan op de hoogte had moeten zijn voorafgaand aan zijn vrijwillige aanmelding bij de politie. Uit de bronnen die verweerder over de Syrische politie heeft geraadpleegd blijkt verder dat verdachten van commune delicten ook in de periode van 1993 tot 2010 systematisch aan foltering, marteling en zware mishandeling werden onderworpen. Verweerder heeft daarom voldoende aannemelijk gemaakt dat de Syrische politie zich ook in dit tijdvak op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan misdrijven als bedoeld in artikel 1F van het Vv. Eiser was in die periode werkzaam als politieagent in de provincies Raqqa en Deir ez-Zor. Verweerder heeft dan ook terecht aangenomen dat bij eiser sprake was van
knowing participation. Verweerder heeft eisers verklaring dat hij niets van de eerdergenoemde gedragingen wist, terecht ongeloofwaardig geacht. Eiser moet zich in de periode dat hij werkzaam was bij de politie bewust zijn geweest van de slechte behandeling van verdachten van commune delicten door de Syrische politie. [18]
knowing and personal participation. Verweerder merkt terecht op dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling volgt dat de
knowing and personal participation-test toereikend is voor de vaststelling van de toepasselijkheid van artikel 1F van het Vv. [19] Dat sprake moet zijn van opzet en wetenschap om te komen tot een strafrechtelijke veroordeling in 1F-zaken, betekent niet dat deze bewijsmaatstaf ook geldt voor het vreemdelingenrecht. [20] Het beroep van eiser op de UNHCR Guidelines en de Background Note slaagt daarom niet.
personal participation. Zoals onder 12 en 13 al is overwogen werden arrestanten systematisch aan foltering, marteling en zware mishandeling onderworpen. Ook blijkt uit de door verweerder aangehaalde bronnen dat deze praktijk binnen alle geledingen van de politie gemeengoed was. Door arrestanten te vervoeren naar politiebureaus en gevangenissen, waaronder de Adra-gevangenis, heeft eiser deze arrestanten in een positie gebracht waarin zij het risico liepen slachtoffer te worden van aan foltering, marteling en zware mishandeling. De rechtbank concludeert dat de bijdrage van eiser feitelijk effect heeft gehad op het begaan van die misdrijven en dat deze misdrijven hoogstwaarschijnlijk niet op dezelfde wijze zouden hebben plaatsgevonden indien niemand de rol van eiser had vervuld, dan wel indien eiser gebruik had gemaakt van mogelijkheden om die misdrijven te voorkomen.