ECLI:NL:RBDHA:2023:11279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 14 januari 2022 tot afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Dit besluit is op 29 juni 2023 ingetrokken, waardoor het oorspronkelijke beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep is vervolgens gehandhaafd als een beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet eerst een ingebrekestelling hoefde te sturen omdat de staatssecretaris op de hoogte was van de situatie na intrekking van het besluit. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen, conform het 8+8-wekenmodel van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Verder wordt een rechterlijke dwangsom van €100 per dag tot een maximum van €7.500 opgelegd voor elke dag overschrijding van deze termijn, omdat eerdere uitspraken de wettelijke uitsluiting van dwangsommen in asielzaken onverenigbaar met het EU-Handvest hebben verklaard. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten van €837 aan eiseres.
Uitkomst: De staatssecretaris moet binnen acht weken een besluit nemen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.