ECLI:NL:RBDHA:2023:11389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens onvoldoende vergewisplicht bij internationale bescherming in Griekenland
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland, maar zijn aanvraag werd afgewezen als kennelijk ongegrond en er werd een terugkeerbesluit met inreisverbod opgelegd. Uit onderzoek bleek dat eiser internationale bescherming geniet in Griekenland, waar hij ook geregistreerd staat. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat de staatssecretaris niet zorgvuldig had onderzocht of de documenten die eiser overlegd had authentiek waren, mede omdat er tegenstrijdige rapportages van Bureau Documenten waren.
Daarnaast werd de taalanalyse die de herkomst van eiser betwijfelde door de rechtbank als zorgvuldig en begrijpelijk beoordeeld, waardoor de staatssecretaris de herkomst van eiser ongeloofwaardig mocht achten. De rechtbank oordeelde echter dat het terugkeerbesluit onterecht was opgelegd, omdat artikel 62a Vreemdelingenwet niet voorziet in het vooraf opleggen van een terugkeerbesluit aan vreemdelingen met geldige verblijfsvergunning in een andere lidstaat, tenzij openbare orde of nationale veiligheid dat vereist.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 3 juli 2023 en droeg de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen waarbij de vergewisplicht strikt in acht wordt genomen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het terugkeerbesluit en de afwijzing van de asielaanvraag worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.