ECLI:NL:RBDHA:2023:12615
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag gegrond verklaard
Eiser diende op 12 maart 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van zes maanden zonder besluit, stelde eiser de staatssecretaris op 7 maart 2023 in gebreke en diende op 23 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn op 12 september 2022 is verstreken, de ingebrekestelling rechtsgeldig was en sindsdien meer dan twee weken zijn verstreken. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over de rechtmatigheid van het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen in asielzaken.
De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit moet nemen op de asielaanvraag. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is geanonimiseerd gepubliceerd. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.