ECLI:NL:RBDHA:2023:12708
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 22 augustus 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd op 14 juni 2023 en werd betwist door eiser, die stelde dat de verzwaarde belangenafweging te laat was gemaakt en dat er geen zicht was op uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de verzwaarde belangenafweging tijdig, namelijk op 20 juli 2023, was gemaakt en dat deze afweging kenbaar was in het dossier. De stelling van eiser dat de belangenafweging pas op 3 augustus 2023 was gemaakt, werd verworpen. Ook het argument dat de staatssecretaris een lichter middel had moeten toepassen, werd afgewezen omdat er sprake was van een reëel risico op onttrekking aan toezicht.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Marokko, mede vanwege toezeggingen van de Marokkaanse autoriteiten en lopende aanvragen voor een laissez-passer. De rechtbank zag geen aanleiding om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen schadevergoeding toegekend en het beroep is niet-ontvankelijk voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het voortduren van de maatregel van bewaring is rechtmatig.