ECLI:NL:RBDHA:2023:13311
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens schending inlichtingenplicht en verrichte arbeid
Eiser ontvangt sinds 2008 een WIA-uitkering. Na een melding van het Haags Economisch Interventie Team is een onderzoek gestart waarin eiser werd aangetroffen bij een ijssalon waar hij werkzaam was. Het UWV stelde vast dat eiser op geld waardeerbare arbeid verrichtte en herzag de uitkering over de periode van 2015 tot 2021, met terugvordering van €44.106,87.
Eiser betwistte dit besluit onder meer omdat hij meent dat het gespreksverslag van 4 november 2019 niet als bewijs mag dienen vanwege taalproblemen en het ontbreken van een tolk. Ook stelt hij dat hij minder uren werkte dan het UWV schat. De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht het gespreksverslag mocht gebruiken en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen arbeid heeft verricht.
De rechtbank bevestigt dat het UWV de omvang van de werkzaamheden mocht schatten vanwege het ontbreken van een urenregistratie en dat het onderzoek zorgvuldig was. Daarom is het beroep van eiser ongegrond verklaard en blijft de terugvordering van de uitkering in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de terugvordering van €44.106,87 door het UWV blijft in stand.