ECLI:NL:RBDHA:2023:14574
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduring maatregel van bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 26 juni 2023 aan eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voortduring van deze maatregel werd op 14 september 2023 aan de rechtbank gemeld, wat gelijkgesteld werd met een beroep van eiser tegen de voortzetting van de bewaring.
De rechtbank toetste of de voortzetting van de bewaring sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 4 augustus 2023 rechtmatig was. De staatssecretaris heeft volgens de rechtbank voldoende inspanningen verricht om de uitzetting van eiser te realiseren, waaronder het aanvragen van een laissez-passer en het plannen van vertrekgesprekken met de Nigeriaanse autoriteiten. Eiser weigerde echter mee te werken aan deze gesprekken en aan de presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen zijn dat Nigeria in algemene zin of specifiek voor eiser weigert een laissez-passer af te geven, waardoor zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat. Omdat eiser niet meewerkt, is het risico van voortzetting van de bewaring voor zijn rekening. De rechtbank zag geen reden om eerder dan na 90 dagen opnieuw te toetsen en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.