Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
wélbescherming behoeven tenzij uit individuele en feiten en omstandigheden blijkt dat dit niet zo is. Denemarken voert het beleid dat Syriërs
géénbescherming behoeven, tenzij uit individuele feiten en omstandigheden blijkt dat dit wel zo is. Indien de vreemdeling dus aan zijn aanvraag om bescherming geen individuele feiten en omstandigheden ten grondslag legt behalve zijn herkomst, zal deze aanvraag in Nederland (in beginsel) worden toegewezen en dezelfde aanvraag in Denemarken (in beginsel) worden afgewezen. De rechtbank merkt hierbij op dat het landenbeleid dat Nederland ten aanzien van Syrië voert alleen voor actieve aanhangers van het regime een uitzondering op het algemene uitgangspunt kent dat een vreemdeling uit Syrië bij of na terugkeer vanuit het buitenland in beginsel een reëel risico loopt op ernstige schade en op grond hiervan in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd komt. De bepaling in het landenbeleid dat van dit algemene uitgangspunt ook kan worden afgeweken indien uit de individuele feiten en omstandigheden is gebleken dat de vreemdeling bij of na terugkeer naar Syrië geen risico (meer) loopt op ernstige schade en hiervan in het bijzonder sprake is indien betrokkene na een eerder vertrek uit Syrië is teruggereisd naar Syrië, zal niet frequent aan de orde zijn en is overigens onderwerp van geschil in de (lagere) rechtspraak waar beroepen niet zelden gegrond worden verklaard omdat een terugreis het 3 EVRM-risico niet wegneemt of wijzigt. Ten aanzien van de Syriër die in Denemarken om bescherming vraagt, geldt niet als algemeen uitgangspunt dat hij bij of na terugkeer vanuit het buitenland in beginsel een reëel risico loopt op ernstige schade. Dus beide lidstaten betrekken individuele omstandigheden bij de beoordeling van de beschermingsbehoefte. In Denemarken moet de vreemdeling aannemelijk maken dat hij in weerwil van het algemene uitgangspunt wel bescherming behoeft. In Nederland moet verweerder aannemelijk maken dat de vreemdeling in weerwil van het algemene uitgangspunt geen bescherming behoeft. De rechtbank acht deze beoordeling van de beschermingsbehoefte wezenlijk anders en overweegt dat zonder meer waarschijnlijk is dat de kans op het verkrijgen van een status aanmerkelijk groter is in Nederland.