ECLI:NL:RBDHA:2023:14779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag BPM wegens onvoldoende bewijs CO2-uitstoot en waardevermindering
Eiseres betaalde BPM over een Volkswagen Tiguan en betwistte de naheffingsaanslag die was gebaseerd op een controle door Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Zij stelde dat de CO2-uitstoot te hoog was vastgesteld en dat de auto een ex-rental betrof, wat invloed zou hebben op de waardebepaling. De rechtbank oordeelde dat eiseres deze stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslag correct was berekend met een CO2-uitstoot van 134 gram per kilometer en dat DRZ een waardevermindering wegens schade van 72% van het taxatierapport had gehanteerd. Eiseres had niet overtuigend aangetoond dat de CO2-uitstoot lager moest zijn of dat de auto een ex-rental was. Ook was de waardevermindering door DRZ terecht vastgesteld.
Verder oordeelde de rechtbank dat de hoorplicht niet was geschonden ondanks het feit dat eiseres niet op de uitnodigingen voor hoorgesprekken was ingegaan. Het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel was nageleefd. De rechtbank kende eiseres een vergoeding van immateriële schade toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoedde griffierecht en proceskosten deels.
De rechtbank wees verzoeken tot prejudiciële vragen af en verwierp de overige bezwaren van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.