ECLI:NL:RBDHA:2023:15377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.18394
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000Art. 25, tweede lid, DublinverordeningVerordening (EU) nr. 604/2013Artikel 3 EVRMArtikel 4 EU-Handvest
Verwijzingen
12 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening

Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Roemenië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. Nederland had een verzoek tot terugname aan Roemenië gedaan, waarop geen tijdige reactie kwam, wat als stilzwijgende aanvaarding geldt.

Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege pushbacks in Roemenië en verwees naar recente rapporten en jurisprudentie. De rechtbank oordeelde echter dat hoewel pushbacks een fundamentele systeemfout vormen, eiser onvoldoende concrete aanwijzingen leverde dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op een pushback zonder toegang tot een asielprocedure.

Het subsidiaire verzoek om aanhouding van de behandeling in afwachting van prejudiciële vragen werd eveneens afgewezen. De rechtbank concludeerde dat de tekortkomingen in het Roemeense asielsysteem niet leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest voor eiser of Dublinclaimanten in het algemeen.

Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier S.S. van der Velde op 6 oktober 2023 te Middelburg.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18394

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en van Pakistaanse nationaliteit te zijn. De staatssecretaris heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 26 juni 2023 niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 13 september 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, V. Sharma als tolk, en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiser omdat Roemenië verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Overwegingen

4. De regels van de lidstaten van Europese Unie over de verantwoordelijkheid voor het in behandeling nemen van asielaanvragen staan in de Dublinverordening. [1] Op grond van de Dublinverordening neemt de staatssecretaris een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [2] In dit geval heeft Nederland bij Roemenië een verzoek om terugname gedaan. Roemenië heeft hierop niet tijdig gereageerd. Dat staat gelijk aan het aanvaarden van het verzoek. [3]
5. Eiser is het oneens met het besluit en legt primair aan zijn beroep ten grondslag dat ten aanzien van Roemenië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Hij wijst op het meest recente AIDA-rapport over Roemenië, [4] het rapport van KlikAktiv van 30 januari 2023 en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 3 februari 2023. [5] Subsidiair verzoekt eiser om de behandeling van het beroep aan te houden in afwachting van de beantwoording van de prejudiciële vragen van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 15 juni 2022 over de ondeelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. [6]
6. Niet in geschil is dat Roemenië in beginsel verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiser. Het uitgangspunt is verder dat de staatssecretaris ten aanzien van Roemenië in beginsel van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan. Dit is ook recent nog door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) bevestigd. [7] Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hier in zijn geval niet langer van kan worden uitgegaan.
7. Het staat vast dat in Roemenië sprake is van pushbacks en dat dit in zijn algemeenheid wordt aangemerkt als een fundamentele systeemfout in de asielprocedure die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt. [8] De enkele omstandigheid dat in een lidstaat pushbacks plaatsvinden is echter op zichzelf onvoldoende voor de conclusie dat Roemenië zich ten aanzien van Dublinclaimanten niet aan zijn internationale verplichtingen houdt. Eiser is er niet in geslaagd om concrete aanknopingspunten te leveren op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat hij als Dublinclaimanten ook een reëel risico loopt om door middel van een pushback vanuit Roemenië te worden doorgestuurd naar een derde land, zonder dat hij een verzoek om internationale bescherming kan indienen en een asielprocedure kan doorlopen. Het rapport van KlikAktiv, dat door eiser is overgelegd, biedt hiervoor ook onvoldoende aanknopingspunten. Dit rapport maakt immers slechts melding van enkele gevallen en deze zijn niet van voldoende concreet bewijs voorzien om te kunnen concluderen dat er sprake is van systematische pushbacks van Dublinclaimanten. De rechtbank volgt in zoverre dan ook niet het oordeel in de door eiser overgelegde uitspraak van de zittingsplaats Amsterdam. De beroepsgrond slaagt niet.
8. De rechtbank wijst het subsidiaire aanhoudingsverzoek van eiser af. De rechtbank ziet geen aanleiding om de beantwoording van de prejudiciële vragen van de zittingsplaats ’s-Hertogenbosch over de deelbaarheid van het interstatelijk vertrouwensbeginsel af te wachten. Uit wat hiervoor is overwogen volgt immers dat de tekortkomingen in het asielsysteem in Roemenië er niet toe leiden dat voor Dublinclaimanten in het algemeen of voor eiser specifiek een reëel risico bestaat op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM. De rechtbank verwijst voor dit oordeel tevens naar de recente uitspraken van de Afdeling over Dublinoverdrachten naar Bulgarije [9] en Kroatië. [10]

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 604/2013.
2.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
3.Dit staat in artikel 25, tweede lid, van de Dublinverordening.
4.Asylum Information Database, laatste versie van december 2022.
8.Uitspraak van de Afdeling van 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1042.