Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift, ingekomen op 15 mei 2023;
- het verweerschrift, tevens houdende een tegenverzoek;
- het verweerschrift op het tegenverzoek;
- de in het geding gebrachte producties.
Rechtbank Den Haag
De werknemer trad op 16 mei 2022 in dienst als tweede apotheker bij SHG Apotheken. In maart 2023 werd hij op non-actief gesteld nadat SHG ontdekte dat hij geneesmiddelen via de apotheek bestelde en deze zonder toestemming doorverkocht aan derden, waarbij de betalingen op zijn eigen eenmanszaakrekening werden ontvangen. SHG sprak het ontslag op staande voet uit op 14 maart 2023.
De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat hij toestemming had gekregen voor zijn commerciële activiteiten en dat SHG zijn mailbox onrechtmatig had ingezien. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende bewijs leverde voor toestemming en dat het ontslag onverwijld en terecht was gegeven wegens ernstig verwijtbaar handelen.
SHG vorderde tevens een verklaring voor recht dat de werknemer onrechtmatig handelde en schadevergoeding. De kantonrechter stelde vast dat de aansprakelijkheid niet binnen de uitvoering van de arbeidsovereenkomst viel, waardoor artikel 6:162 BW Pro van toepassing is. De werknemer handelde onrechtmatig door zonder toestemming medische goederen te verhandelen en betalingen op eigen rekening te ontvangen.
De exacte schade kon nog niet worden vastgesteld, omdat inzage in de bankafschriften noodzakelijk is. De kantonrechter veroordeelde de werknemer tot afgifte van bankafschriften over een specifieke periode en stelde verdere beslissing omtrent schadevergoeding en kosten aan. De ontslagvordering van de werknemer werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en de werknemer moet bankafschriften overleggen ter onderbouwing van de schade.