ECLI:NL:RBDHA:2023:15451
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie
Eisers, Syrische ouders, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan om bij hun meerderjarige zoon in Nederland te verblijven. De Staatssecretaris wees de aanvraag af omdat geen sprake is van een meer dan normale afhankelijkheidsrelatie, waardoor geen familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestaat.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende medische en financiële onderbouwing hebben geleverd om aan te tonen dat zij volledig afhankelijk zijn van hun zoon. De door eisers aangevoerde verslechterde gezondheid en het wegvallen van hulp van buren zijn niet aannemelijk gemaakt met recente medische stukken. Ook is niet aangetoond dat zij geen zorg van derden kunnen ontvangen.
Bij de belangenafweging weegt de rechtbank mee dat er objectieve belemmeringen zijn om familieleven in Syrië uit te oefenen en dat de humanitaire situatie slecht is, maar dat dit niet leidt tot een andere uitkomst omdat de relatie tussen eisers en hun zoon niet uitstijgt boven normale ouder-kind banden. Daarnaast is het economische belang van de Nederlandse staat en de beperkte financiële draagkracht van de zoon relevant.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging een fair balance vormt en verklaart het beroep ongegrond. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.