ECLI:NL:RVS:2023:991
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en belangenafweging bij weigering machtiging voorlopig verblijf op grond van familie- en gezinsleven
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 juli 2019 een aanvraag af voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) van een Marokkaanse vreemdeling die bij haar volwassen zoon in Nederland wilde verblijven. De vreemdeling heeft ernstige medische aandoeningen en is financieel en emotioneel afhankelijk van haar zoon, de referent.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een beschermwaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro en dat de staatssecretaris een belangenafweging moest maken. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat er geen 'more than normal emotional ties' bestonden en dat adequate zorg in Marokko beschikbaar was.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte aannam dat er meer dan normale emotionele banden waren en dat de vreemdeling exclusief afhankelijk was van de referent. De staatssecretaris had echter ook geen integrale belangenafweging gemaakt, wat wel vereist is volgens eerdere jurisprudentie. Daarom vernietigde de Afdeling het besluit van 27 juni 2022 en droeg de staatssecretaris op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen waarin een volledige belangenafweging wordt gemaakt.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling en referent af. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 27 juni 2022 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met een volledige belangenafweging.