ECLI:NL:RBDHA:2023:15820
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel van bewaring vreemdeling
De staatssecretaris heeft op 28 juli 2023 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 13 oktober 2023 via telehoren.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot 1 september 2023 vastgesteld en toetst nu alleen de periode daarna. Eiser betoogt dat de voortzetting onrechtmatig is vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting, disproportionaliteit, onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris en het ontbreken van een lichter middel. Tevens stelt eiser asiel te willen aanvragen in Ter Apel.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, onder meer door vertrekgesprekken op 5 en 25 september 2023. Zicht op uitzetting naar Marokko ontbreekt niet. Eiser belemmert zijn uitzetting door weigering medewerking te verlenen aan afgifte vingerafdrukken. De verklaring van eiser over het asielverzoek wordt buiten beschouwing gelaten omdat hij ter zitting verklaarde geen asiel vanuit detentie te willen aanvragen.
Verder is niet gebleken dat een lichter middel effectief zou zijn of dat de bewaring onevenredig bezwarend is. Er zijn geen medische stukken overgelegd die aantonen dat de detentie de psychische toestand verslechtert. De rechtbank ziet geen grond voor onrechtmatigheid en verklaart het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.