Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, alsmede een maatregel van bewaring. Hij stelde dat zijn relatie met een Nederlandse vrouw in onvoldoende mate was betrokken bij het besluit en dat de bewaring onrechtmatig was vanwege een onterechte staandehouding.
De rechtbank oordeelde dat de relatie met de Nederlandse vrouw onvoldoende grond bood om het terugkeerbesluit en het inreisverbod te weigeren, mede omdat er geen sprake was van een verblijfsvergunning of aanvraag daarvan. De opheffing van de bewaring stond los van het terugkeerbesluit, waardoor dit laatste in stand kon blijven.
De rechtbank vond echter dat de staandehouding onrechtmatig was omdat er geen strafrechtelijke aanleiding bestond voor de controle van eiser, wat leidde tot een onrechtmatige vrijheidsbeneming. Hierdoor werd het beroep tegen de bewaring gegrond verklaard en werd een schadevergoeding van €830 toegekend voor de periode van bewaring.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.674 aan de rechtsbijstandverlener van eiser. Het beroep tegen het terugkeerbesluit werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen de maatregel van bewaring werd toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de bewaring gegrond en een schadevergoeding toegekend.