ECLI:NL:RBDHA:2023:16487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduring bewaring vreemdeling zonder reëel zicht op uitzetting ongegrond verklaard
Eiser, een vreemdeling van Nigeriaanse nationaliteit, is sinds 26 juni 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen de voortzetting van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 27 oktober 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank toetste of de voortzetting van de bewaring sinds 22 september 2023 rechtmatig is, aangezien de maatregel tot dat moment reeds was goedgekeurd in een eerdere uitspraak. Eiser voerde aan dat DT&V onrechtmatig privégegevens had opgevraagd en dat er geen reëel zicht op uitzetting was vanwege zijn niet-medewerking en mislukte pogingen tot presentatie bij Nigeriaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende inspanningen heeft verricht om uitzetting te realiseren, waaronder pogingen tot vertrekgesprekken en geplande presentaties, welke eiser weigerde. Het niet meewerken van eiser leidt ertoe dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, maar juist dat de bewaring voortduurt op zijn risico.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding en wees proceskosten af. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.