ECLI:NL:RBDHA:2023:16747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel bewaring wegens ontbreken rechtsgrondslag en toekenning schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet. De maatregel bleek niet rechtsgeldig gemotiveerd, omdat verweerder niet had aangegeven op welke specifieke wettelijke grondslag de maatregel was gebaseerd, ondanks verwijzingen naar meerdere opties binnen artikel 59b.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een duidelijke en aangekruiste rechtsgrondslag de maatregel onrechtmatig maakt vanaf het moment van oplegging. Daarom werd de opheffing van de maatregel met onmiddellijke ingang bevolen. Tevens werd een schadevergoeding van €1100 toegekend voor de 11 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, gebaseerd op een dagvergoeding van €100.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €837 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en griffier N.F. Kreeftmeijer en is openbaar gemaakt op 2 november 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1100 wordt toegekend.