ECLI:NL:RBDHA:2025:4064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen onrechtmatige maatregel van bewaring op grond van artikel 59b Vreemdelingenwet
De minister legde op 28 februari 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat niet was voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van dit artikel. De rechtbank behandelde het beroep op 14 maart 2025 via telehoor.
De rechtbank constateerde dat eiser niet in bewaring werd gehouden op basis van de Terugkeerrichtlijn, waardoor artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder c, niet van toepassing was. De minister stelde dat abusievelijk geen kruisje was gezet bij sub b en dat dit via een aanvullend proces-verbaal was hersteld. De rechtbank oordeelde dat een aanvullende grondslag niet kan worden ingelezen en dat de maatregel onrechtmatig was omdat de minister geen duidelijke wettelijke grondslag had aangegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de onmiddellijke opheffing van de maatregel en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.860,- voor 18 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van €1.814,-. De uitspraak werd gedaan door rechter H. Hanssen - Telman en is aanvechtbaar bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is gegrond verklaard en de maatregel is met onmiddellijke ingang opgeheven met toekenning van schadevergoeding.