ECLI:NL:RBDHA:2023:1717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Ethiopische nationaliteit, diende op 24 mei 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 19 februari 2022 illegaal Italië was binnengekomen, dat volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser voerde aan dat verweerder in strijd met artikel 4 van Pro de Dublinverordening handelde door onvoldoende toelichting te geven op de brochures tijdens het aanmeldgehoor en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet langer geldt vanwege politieke ontwikkelingen en rapporten over de opvang van asielzoekers in Italië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had voldaan aan de informatieplicht door de brochures in het Arabisch te verstrekken en mondeling samen te vatten via een tolk in het Oromo. Eiser had geen vragen gesteld en was niet benadeeld. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt of dat er beletselen zijn om eiser over te dragen.
De rechtbank verwierp de argumenten over de circular letter en politieke ontwikkelingen als onvoldoende concreet en speculatief. Ook zag de rechtbank geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen over artikel 4 van Pro de Dublinverordening, omdat deze betrekking hebben op een andere situatie.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.