ECLI:NL:RBDHA:2023:1721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Twee Syrische broers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Nederland had op 11 juli 2022 een verzoek tot overname aan Italië gedaan, dat op 7 september 2022 werd aanvaard.
Eisers voerden aan dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende is, met name met betrekking tot push backs in Italië en de toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zij verwezen naar uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die volgens hen wijzen op tekortkomingen in het Italiaanse asielsysteem.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een reëel risico lopen op onmenselijke of vernederende behandeling in Italië. De door eisers aangehaalde push backs en systeemfouten zijn onvoldoende zwaarwegend. Ook is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die een uitzondering op overdracht rechtvaardigen.
De beroepen worden daarom kennelijk ongegrond verklaard en de asielaanvragen blijven niet in behandeling in Nederland. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-inhoudelijke behandeling van de asielaanvragen worden kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.