Eiseres heeft in de periode van december 2019 tot september 2021 te veel salaris ontvangen vanwege onjuist verwerkte roostervrije uren. Verweerder heeft het te veel betaalde bedrag teruggevorderd, waarbij een deel van de terugvordering is herzien vanwege de verjaringstermijn van twee jaar.
Eiseres stelde dat de terugvordering in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, verwijzend naar een e-mail van januari 2020 als signaal en het vertrouwensbeginsel vanwege mededelingen van de salarisafdeling. Verweerder voerde aan dat de e-mail geen concreet signaal was en dat van ambtenaren een hoge mate van oplettendheid wordt verwacht.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail geen concreet signaal inhield en dat verweerder niet onzorgvuldig handelde door niet binnen zes maanden terug te vorderen. Het vertrouwensbeginsel werd niet aangenomen omdat geen toezeggingen of gedragingen waren waaruit kon worden afgeleid dat terugvordering achterwege zou blijven.
Ook het evenredigheidsbeginsel werd niet geschonden, mede omdat eiseres uitstel van betaling kreeg voor een restantbedrag. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.