ECLI:NL:RBDHA:2023:17653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Eiser vroeg op 21 december 2021 een WW-uitkering aan wegens betalingsonmacht van zijn werkgever, [bedrijfsnaam 1] B.V., die op 8 december 2021 failliet werd verklaard. Verweerder kende een voorschot toe, maar wees de aanvraag later af omdat eiser volgens onderzoek geen werknemer was in de zin van de WW. Eiser stelde dat hij een arbeidsovereenkomst had en daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte als verkoopadviseur, met een salaris van €6.000 per maand. Hij voerde aan dat de nalatigheid van de werkgever om hem aan te melden niet aan hem kon worden tegengeworpen.
Verweerder stelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van persoonlijke arbeid en loonbetaling. Uit verklaringen van medewerkers en het faillissementsverslag bleek dat eiser als zzp’er werd beschouwd, geen loon ontving en geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestond. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat geen aanspraak op de uitkering bestond en dat eiser dit niet met objectieve gegevens had weerlegd.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen werknemer was in de zin van de WW, waardoor de uitkering terecht werd afgewezen en het voorschot moest worden terugbetaald. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.