ECLI:NL:RBDHA:2023:1789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 14 november 2022 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft eerder al geoordeeld dat de maatregel tot 2 januari 2023 rechtmatig was. Het huidige beroep richt zich op de periode daarna. Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend is in het werken aan zijn uitzetting naar Marokko, met slechts één rappel bij de Marokkaanse autoriteiten en één vertrekgesprek, en dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen concrete aanwijzingen heeft gegeven die het ontbreken van zicht op uitzetting aannemelijk maken. De lp-aanvraag is pas op 28 november 2022 ingediend en de Marokkaanse autoriteiten hebben niet aangegeven geen lp te zullen afgeven. Verweerder heeft regelmatig gerappelleerd en meerdere vertrekgesprekken gevoerd. Ambtshalve ziet de rechtbank geen reden om het voortduren van de bewaring onrechtmatig te achten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.