ECLI:NL:RBDHA:2023:17890
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en toen rechtmatig bevonden tot het sluiten van het vorige onderzoek op 6 oktober 2023.
De rechtbank beoordeelde nu of de maatregel sinds dat moment rechtmatig is. Eiser stelde dat verweerder niet voortvarend werkte aan zijn uitzetting naar Marokko, terwijl verweerder had gerappelleerd op de laissez-passer aanvraag en een vertrekgesprek had gevoerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend was en dat het ontbreken van medewerking van eiser aan de uitzetting een belangrijke factor was.
Verder overwoog de rechtbank dat er geen zicht ontbreekt op uitzetting naar Marokko, zoals bevestigd door eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.