Uitspraak
Denk dat RECHTBANK DEN HAAG
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
16 februari 2023 in de zaak tussen:
[verzoeker], thans verblijvende in Echt, verzoeker
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, verweerder
Zitting hebben:
Procesverloop
Beslissing
minderjarigewordt aangemerkt;
opvang voor minderjarigen, COa Locatie Helmond, door het aanstonds na het sluiten van het onderzoek ter zitting nemen van een plaatsingsbesluit en binnen een termijn van 24 uur na deze uitspraak heeft bewerkstelligd dat verzoeker daadwerkelijk in een opvang voor minderjarigen is geplaatst en verblijft tenminste totdat is beslist op het beroep;
Overwegingen
the presumption of minor age” uitlegt en toepast. In paragraaf 153-154 overweegt het EHRM als volgt:
1 Het COA zorgt ervoor dat tijdens het verblijf in de opvangvoorziening rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van kwetsbare personen als bedoeld in artikel 21 van Pro de Opvangrichtlijn.
2 Ter uitvoering van het eerste lid beoordeelt het COA of de asielzoeker bijzondere opvangbehoeften heeft.
3 Indien de asielzoeker overeenkomstig het tweede lid bijzondere opvangbehoeften heeft, wordt naast de verstrekkingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, specifieke steun en begeleiding geboden.
is. Van de beoordeling van de geloofwaardigheid van onder meer de identiteit en dus ook leeftijd van een vreemdeling kan pas worden uitgegaan als deze geloofwaardigheidsbeoordeling in rechte vast staat. Gemachtigde heeft aangegeven en deels met stukken onderbouwd dat de conclusies in de schouwen door de Avim en IND niet zijn onderbouwd en dat in de asielprocedure onder meer wordt opgekomen tegen het ongeloofwaardig achten van de verklaringen van eiser over zijn geboortedatum en leeftijd.
- [xxx] heeft baat bij een nabijheid van een van de mentoren, zodat informatie voor hem op een duidelijke manier kan worden uitgelegd;
- Informatie meermaals herhalen en checken of hij het daadwerkelijk heeft begrepen is belangrijk;
- [xxx] kan zich slaafs/onderdanig opstellen en er wordt getwijfeld aan zijn begaafdheid, waardoor hij kwetsbaar/beïnvloedbaar is;
- [xxx] heeft baat bij een duidelijke structuur, deze structuur moet meermaals herhaald worden, voordat deze bij hem beklijft;
alvorenste beslissen tot overplaatsing, zich dienen te vergewissen van de specifieke opvangbehoefte van verzoeker en dus zijn juridische verplichtingen om te allen tijde adequate opvang te bieden dienen te onderkennen. Verweerder heeft hier naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende blijk van gegeven. De voorzieningenrechter overweegt voorts dat bij het verstrekken van opvang de enkele beoordeling van de biologische leeftijd om de opvangbehoefte te bepalen een zeer beperkte beoordeling is. Specifieke opvangbehoeften kunnen immers ook voortkomen uit andere omstandigheden zoals beperkte zelfredzaamheid en/of beperkte begaafdheid en/of beperkte geletterdheid en/of ondergane trauma’s. Ook psychische/psychiatrische problematiek kan een specifieke opvangbehoefte meebrengen die dus losstaat van de toegang tot professionele hulpverlening die ook moet worden geboden. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband nogmaals naar artikel 21 van Pro de Opvangrichtlijn waar een -niet limitatieve- opsomming is weergegeven van verzoekers die in ieder geval als kwetsbaar moeten worden aangemerkt. De enkele beoordeling van “18+ of 18-“ als criterium of een verzoeker in een opvanglocatie voor minderjarig wordt geplaatst kan met zich meebrengen dat verweerder niet daadwerkelijk invulling geeft aan zijn verplichting om adequate opvangvoorzieningen te bieden. Zolang een verzoeker stelt minderjarig te zijn en deze gestelde minderjarigheid in een procedure beoordeeld dient te worden, dient deze verzoeker in een opvang voor minderjarigen te worden geplaatst. Denkbaar is voorts dat er opvanglocaties worden ingericht voor verzoekers die juridisch (net) meerderjarig, bijvoorbeeld bij een gestelde en vermoedelijke leeftijd tot 25 jaar, zijn maar vanwege andere omstandigheden specifieke opvangbehoeften hebben. Thans is de biologische leeftijd van een verzoeker het enige criterium om te bepalen of sprake is van een specifieke opvangbehoefte en dus de plaatsing. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt hiermee onvoldoende invulling gegeven aan de plicht om adequate opvang te bieden.