Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
gehoordin de plaats van
verhoord, is onder meer het navolgende opgenomen:
nietheeft, gaat de rechtbank hiervan wel uit.
waaromdeze verklaringen en signalen volgens de schouwer leiden tot twijfel aan de verklaringen van eiser. De rechtbank acht het daarbij zeer opmerkelijk dat de schouwer vermeldt dat “de verklaringen die betrokkene geeft ten opzichte van zijn leeftijd in combinatie met het jaartal overeenkomen met zijn opgegeven leeftijd”. Reeds deze opmerking had moeten leiden tot het wel geloofwaardig achten van de door eiser gestelde geboortedatum. Niet begrijpelijk is waarom dan toch “twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd”.
dusaannemelijk worden geacht. Van het ontkrachten van een gestelde minderjarigheid is, naar het oordeel van de rechtbank, uitsluitend sprake indien op grond van een schouw wordt geconcludeerd tot “evidente meerderjarigheid”. Bij “twijfel” in één of beide conclusies zal verweerder moeten beoordelen of het voordeel van de twijfel kan worden gegeven. Eiser heeft in alle gehoren verklaard dat hij minderjarig is. Uit de beide schouwen blijkt niet dat eiser evident meerderjarig is. De rechtbank overweegt dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom deze schouwen dan geen steunbewijs opleveren voor de verklaringen van eiser en indien sprake is van twijfel, aan eiser dan niet het voordeel van de twijfel wordt gegeven. In Werkinstructie 2018/19 is vermeld dat iedere AMV-er die zijn gestelde minderjarigheid niet kan aantonen met bewijsmiddelen, bij binnenkomst wordt geschouwd. De rechtbank merkt allereerst op dat de verklaring van een vreemdeling óók een bewijsmiddel is, ook indien hiervoor geen steunbewijs is. Voorts hoeft een AMV-er, net als meerderjarige vreemdelingen, zijn geboortedatum niet “aan te tonen”, maar slechts “aannemelijk” te maken, wat een lagere drempel is om de verklaringen geloofwaardig te kunnen en te moeten achten. De schouw is in zekere zin bedoeld om eiser te helpen bij het aannemelijk maken van zijn verklaringen over zijn leeftijd omdat hij geen identificerende documenten heeft. Verweerder geeft hiermee in wezen invulling aan zijn samenwerkingsplicht. Juist gelet op de ratio van het verrichten van een schouw is niet begrijpelijk dat niet welwillend wordt bezien of de schouw steunbewijs oplevert en of het voordeel van de twijfel kán worden gegund. Dit geldt temeer omdat de gevolgen aanzienlijk zijn als de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid niet aannemelijk kan maken.
de twijfel over zijn leeftijd komt voor zijn eigen rekening en risico nu hij heeft verklaard vervalste documenten te hebben gebruikt” een miskenning is van de verantwoordelijkheid die verweerder heeft om de verklaringen van eiser deugdelijk te onderzoeken en een miskenning is dat hij zorgvuldig dient te handelen indien een verzoeker om internationale bescherming stelt minderjarig te zijn. Leeftijdsregistratie en leeftijdsvaststelling dient met de nodige waarborgen omkleed te zijn omdat de gevolgen van het niet aannemelijk kunnen maken van een gestelde minderjarigheid procedureel en materieelrechtelijk aanzienlijk zijn. De rechtbank verwijst hierbij naar de eerder genoemde uitspraak van 13 februari 2023 en overweegt dat de rechtbank begrijpt dat het buitengewoon wenselijk is dat derdelanders die om internationale bescherming verzoeken geen vervalste documenten gebruiken om te reizen en zich (in een andere lidstaat) te identificeren. De rechtbank wil ook best begrijpen dat verweerder niet graag genegen is om hierin te berusten dat op deze wijze de Dublinverordening wordt omzeild en verweerder de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag op zich moet nemen, welke verantwoordelijkheid (wellicht) niet zou hebben bestaan als eiser als meerderjarig kan worden “aangemerkt” of als eiser niet naar Nederland zou zijn doorgereisd. De rechtbank overweegt dat verzoekers om internationale bescherming niet zelf kunnen bepalen welke lidstaat hun verzoek behandelt. Dat laat echter onverlet dat de leeftijdsbepaling en -registratie geen punitief karakter mogen krijgen door star vast te houden aan de opvatting dat de gevolgen van het overleggen van een vervalst document voor rekening van de (minderjarige) vreemdeling komt. Verweerder dient om toepassing te geven aan de Dublinverordening grondig te onderzoeken of eiser, ondanks dat hij gebruik heeft gemaakt van een vervalst paspoort, gevolgd kan worden in zijn verklaringen dat hij minderjarig is. Eiser heeft bovendien van aanvang af en consistent verklaard dat hij in Duitsland een vervalst paspoort heeft overgelegd.
uitsluitendat zijn overdrachtsbesluit betrekking heeft op een minderjarige. Een andere beoordeling ontneemt het nuttig effect aan de bepalingen die het belang van het kind waarborgen. In de onderhavige procedure kan verweerder niet uitsluiten dat eiser minderjarig is.
- de conclusies van beide schouwen zijn niet inzichtelijk, niet begrijpelijk en niet toereikend gemotiveerd;
- het claimverzoek is onvolledig;
- het verzoek om heroverweging is onvolledig en onjuist;
- het beleid met betrekking tot doen van het nader onderzoek doen terwijl uit geen enkele schouw de conclusie “evident meerderjarig” volgt is niet redelijk;
- het terzijde leggen van de authentiek bevonden geboorteakte zonder hieraan enig steunbewijs toe te kennen is onzorgvuldig en juridisch onjuist;
- het niet op eerste verzoek van de gemachtigde van eiser retourneren van de authentieke geboorteakte om daarmee bij de ambassade een nationaliteitsverklaring en/of paspoort aan te vragen is niet zorgvuldig;
- verweerder heeft naast deze gebrekkige besluitvorming tevens in strijd met zijn verplichtingen gehandeld door niet te bewerkstelligen dat eiser gedurende deze procedure, waarin eiser gemotiveerd stelt minderjarig te zijn, in aanmerking wordt gebracht brengen voor opvang een overige voorzieningen en verstrekkingen voor minderjarigen.