Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Iraanse vrouw, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat België als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen op grond van de Dublinverordening. Eiseres stelde dat de termijn voor het indienen van het claimverzoek te laat was gestart, omdat zij zich al eerder had gemeld bij een aanmeldcentrum en een 'loopbrief' had ontvangen. De rechtbank oordeelde echter dat deze loopbrief niet gelijkstaat aan een formele asielaanvraag zoals bedoeld in de Dublinverordening, waardoor de termijn pas startte bij de formele indiening van het M35-H formulier.
Daarnaast voerde eiseres aan dat zij op grond van artikel 10 of Pro 17 van de Dublinverordening de asielaanvraag alsnog in Nederland behandeld moest zien, onder meer vanwege haar relatie met de biologische vader van haar zoon en haar medische situatie. De rechtbank stelde vast dat de relatie met de biologische vader niet voldoende was aangetoond en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die toepassing van artikel 17 rechtvaardigden Pro. Ook het belang van het minderjarige kind werd meegewogen, maar dit vormde geen beletsel voor overdracht naar België.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag bleef buiten behandeling. De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en liet de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State open.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard omdat België verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.