ECLI:NL:RBDHA:2023:18501
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming facultatieve groep derdelanders niet onrechtmatig
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar tijdelijke bescherming, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, te beëindigen per 4 september 2023.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris bevoegd is de tijdelijke bescherming voor de facultatieve groep derdelanders te beëindigen en dat dit niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De voornemenprocedure is gevolgd en eiseres heeft twee schriftelijke zienswijzen ingediend.
Eiseres stelde dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat de facultatieve groep ongelijk werd behandeld, maar de rechtbank oordeelde dat er een gerechtvaardigd onderscheid bestaat tussen groepen ontheemden. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat de beëindiging van tijdelijke bescherming passend en noodzakelijk is om de opvangproblematiek te beperken.
Verder was er geen sprake van vooringenomenheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.