ECLI:NL:RBDHA:2023:1865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië ondanks medische en verblijfsoverwegingen
Eiser, een Eritrese jongvolwassene, diende op 8 juni 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-onderzoek bleek dat eiser op 11 februari 2022 illegaal Italië was binnengekomen. Italië werd op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk gesteld en accepteerde dit op 23 september 2022.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Italië niet geldt vanwege structurele tekortkomingen in de opvang, een gewijzigde politieke situatie en een circulaire brief van de Italiaanse Dublin-Unit. Tevens stelde hij medische problemen te hebben en al geruime tijd in Nederland te verblijven, waardoor artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast zou moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat het uitgangspunt blijft dat Nederland mag vertrouwen op Italië als verantwoordelijke lidstaat. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het vertrouwensbeginsel in zijn situatie niet geldt. De circulaire brief betreft slechts een tijdelijk overdrachtsbeletsel en de politieke situatie leidt niet tot een schending van artikel 3 EVRM Pro. De medische problemen waren onvoldoende onderbouwd en de verblijfduur en leeftijd van eiser rechtvaardigen geen uitzondering.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en is vatbaar voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië is ongegrond verklaard.