ECLI:NL:RBDHA:2023:18661

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 november 2023
Publicatiedatum
4 december 2023
Zaaknummer
NL23.36383
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting Marokko

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds 19 april 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep getoetst vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 2 november 2023.

Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat zijn laissez-passer (lp)-aanvraag al ruim een jaar loopt zonder bevestiging. De staatssecretaris overlegt voortgangsrapportages waaruit blijkt dat op zaakniveau aandacht is gevraagd voor de lp-aanvraag, recentelijk in oktober en november 2023, maar de zaak nog in onderzoek is. De rechtbank oordeelt dat er geen aanknopingspunten zijn die het ontbreken van zicht op uitzetting aannemelijk maken.

Daarnaast rust op eiser de plicht tot actieve en volledige medewerking aan zijn uitzetting. De rapportages tonen aan dat eiser zich passief opstelt en geen pogingen heeft ondernomen om documentatie te verkrijgen. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat hem geen lp zal worden afgegeven indien hij wel meewerkt.

De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36383

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. S. Faber),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 april 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft daarop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 24 november 2023.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft
getoetst. [2] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 2 november 2023.
4. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn is. De lp [3] -aanvraag loopt al ruim een jaar en de aanvraag is nog niet eens bevestigd. Verweerder rappelleert volgens eiser enkel op algemene wijze over de aanvraag, terwijl verwacht mag worden dat er concreet voor zijn zaak aandacht gevraagd wordt.
5. Er bestaan geen aanknopingspunten voor het algemeen oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Marokko ontbreekt. [4] Hiervan is ook in de specifieke situatie van eiser geen sprake. De sinds het indienen van de lp-aanvraag verstreken tijd leidt zonder nadere aanknopingspunten niet op voorhand tot twijfel over de vraag of de Marokkaanse autoriteiten in eisers geval een lp zullen afgeven of dat er een presentatie zal plaatsvinden. In de voortgangsrapportage is opgenomen dat verweerder wel degelijk op zaak niveau aandacht heeft gevraagd voor de lp-aanvraag van eiser, recentelijk op 19 oktober 2023 en 16 november 2023, maar dat de zaak van eiser nog in onderzoek is. Op eiser rust voorts de plicht om zijn actieve en volledige medewerking te verlenen aan zijn uitzetting. Uit de inhoud van de meest recente verslagen van de vertrekgesprekken volgt dat eiser zich passief opstelt. Daarnaast volgt uit de voortgangsrapportage dat niet is gebleken
dat eiser pogingen heeft ondernomen om aan documentatie te komen. Er zijn door eiser geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die erop wijzen dat aan hem geen lp zal worden afgegeven als hij wel aan zijn verplichting tot medewerking voldoet.
6. Tot slot leidt ambtshalve toetsing [5] niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Bij de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:6394), 17 juli 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:10734), 2 oktober 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:15089) en 8 november 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:17236).
3.Laissez-passer.
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3033).
5.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858 en - in aansluiting hierop - ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.