ECLI:NL:RBDHA:2023:20768

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 december 2023
Publicatiedatum
2 januari 2024
Zaaknummer
NL23.39893
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Art. 96 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring met zicht op uitzetting naar Marokko

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, is sinds april 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep getoetst vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 24 november 2023.

Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de Marokkaanse autoriteiten hun onderdanen vaak langdurig in bewaring houden en de Laissez-passer (LP) nog niet was afgegeven. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) heeft echter meerdere rappels gestuurd en bevestigde de nationaliteit van eiser op 13 december 2023. Daarnaast is er voortgang in de behandeling van de LP-aanvraag, waardoor redelijkerwijs verwacht mag worden dat de LP zal worden afgegeven.

De rechtbank concludeert dat er geen aanwijzingen zijn dat de LP niet zal worden verstrekt en dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Ambtshalve toetsing levert geen onrechtmatigheid op van de maatregel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard vanwege voldoende zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.39893

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. S. Faber),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 april 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 27 december 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. [1] Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 24 november 2023.
4. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn is. Sinds de verzending van de LP [2] -aanvraag heeft DT&V [3] in totaal eenentwintig keer een rappel gestuurd naar de Marokkaanse autoriteiten, waarvan de laatste op 22 december 2023. De nationaliteit van eiser is door de Marokkaanse autoriteiten bevestigd op 13 december 2023, maar dit zegt niets over daadwerkelijke afgifte van een LP. Het is bekend dat de Marokkaanse autoriteiten hun onderdanen eindeloos in bewaring laten zitten. Eiser zit al acht maanden in bewaring en het is nog steeds volstrekt onduidelijk of, en zo ja, wanneer de Marokkaanse diplomatieke vertegenwoordiging zal overgaan tot de verlening van een LP.
5. Er bestaan geen aanknopingspunten voor het algemeen oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Marokko ontbreekt. [4] Hiervan is ook in de specifieke situatie van eiser geen sprake. Niet is gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten voor eiser geen LP zullen afgeven. Uit het dossier blijkt juist van voortgang in de behandeling van de LP-aanvraag voor eiser. Op 13 december 2023 hebben de Marokkaanse autoriteiten namelijk de nationaliteit van eiser bevestigd. [5] Uit de voortgangsrapportage blijkt verder dat de Directie Interne Aangelegenheden op 15 december 2023 de Marokkaanse autoriteiten schriftelijk heeft verzocht om een LP af te geven voor eiser. Redelijkerwijs is daarom juist te verwachten dat daadwerkelijk een LP zal worden afgegeven voor eiser, wat maakt dat sprake is van zicht op uitzetting binnen korte termijn naar Marokko. De enkele stelling dat het bekend is dat de Marokkaanse autoriteiten hun onderdanen eindeloos in bewaring laten zitten is niet onderbouwd en leidt gelet op de voortgang in de behandeling van de LP-aanvraag voor eiser niet tot een ander oordeel.
6. Tot slot leidt ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.

Beslissing

De rechtbank:
 verklaart het beroep ongegrond;
 wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Bij de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 28 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:6394, 17 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:10734, 2 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15089, 8 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17236 en 29 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18661.
2.Laissez-passer.
3.Dienst Terugkeer en Vertrek.
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3033).
5.Per Note verbale.