ECLI:NL:RBDHA:2023:18664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en rechtmatig bevonden tot 1 september 2023. Het geschil betrof de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring sinds die datum.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn, mede omdat hij nog niet is gepresenteerd bij de Marokkaanse autoriteiten en een laissez-passer (LP) nog niet is afgegeven. De rechtbank overwoog dat in het algemeen wel zicht bestaat op uitzetting naar Marokko en dat er geen aanwijzingen zijn dat de LP-aanvraag van eiser is afgewezen. Daarbij speelt mee dat het LP-traject meerdere maanden kan duren, zeker als de vreemdeling geen identiteitsdocumenten overlegt.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat eiser niet volledig en actief meewerkt aan zijn uitzetting, wat van hem wordt verlangd volgens vaste jurisprudentie. Eiser heeft verklaard niets te doen om terugkeer te bewerkstelligen omdat hij niet wil terugkeren. Ook het beroep op een eerdere uitspraak van de rechtbank Roermond leidde niet tot een ander oordeel. De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de maatregel van bewaring rechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.