ECLI:NL:RBDHA:2023:19014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eisers, Nigeriaanse asielzoekers, verzochten Nederland om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Italië als verantwoordelijke lidstaat was vastgesteld op grond van de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer op Italië van toepassing is vanwege tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem, huiselijk geweld en medische zorgproblemen.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat Nederland mag vertrouwen op Italië als verantwoordelijke lidstaat, tenzij eisers aannemelijk maken dat zij bij overdracht een reëel risico lopen op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. Eisers slaagden hier niet in. De Italiaanse circular letter van december 2022 leidde slechts tot een tijdelijke opschorting van overdrachten, wat geen onrechtmatigheid oplevert.
Verder bleek uit de verklaring van eiseres dat zij vrijwillig een opvangadres in Italië had verlaten. Medische stukken en rapporten boden onvoldoende bewijs voor een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de medische situatie bij overdracht. Ook de belangen van de minderjarige kinderen waren voldoende meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.