ECLI:NL:RBDHA:2023:2019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van paspoortvereiste niet onredelijk
Eiseres, afkomstig uit Irak, vroeg een verblijfsvergunning aan voor verblijf bij haar echtgenoot in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres geen geldig Irakees paspoort kon overleggen, wat volgens het beleid en de wet een vereiste is voor grensoverschrijding.
Eiseres voerde aan dat haar Nederlandse vreemdelingenpaspoort geldig zou moeten zijn en dat terugkeer naar Irak voor het verkrijgen van een paspoort niet mogelijk of onredelijk is, mede vanwege haar situatie als alleenstaande vrouw en moeder. Zij stelde dat het terugkeerverzoek in strijd zou zijn met het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het paspoortvereiste strikt wordt toegepast en dat het Nederlandse vreemdelingenpaspoort niet voldoet omdat het niet geldig is voor reizen naar Irak. De rechtbank vond het beleid van verweerder niet onredelijk en stelde dat tijdelijke terugkeer om een paspoort te verkrijgen redelijk is. De stellingen over risico's bij terugkeer en het belang van de kinderen werden verworpen, mede omdat eiseres een verblijfsrecht op grond van het EU-recht heeft.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de verblijfsvergunning standhoudt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldig paspoort.