ECLI:NL:RVS:2013:706
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling paspoortvereiste bij verblijfsvergunning voor in Nederland geboren minderjarige vreemdeling
De minister van Justitie wees een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af voor een in Nederland geboren minderjarige vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het beleid waarbij van de niet-verblijfgevende ouder wordt verlangd dat deze het kind laat bijschrijven in een paspoort, niet onredelijk is. De moeder van de vreemdeling was niet vrijgesteld van het paspoortvereiste en beschikte niet over rechtmatig verblijf, waardoor van haar kon worden verlangd de juiste identiteitspapieren te regelen.
De Raad van State overwoog verder dat de weigering van de verblijfsvergunning geen schending vormt van het recht op gezins- en familieleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro en het Handvest van de Grondrechten van de EU. De belangenafweging door de staatssecretaris was zorgvuldig en in overeenstemming met de 'fair balance'. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.