Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteithebbende vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van vreemdelingenbewaring die op 17 april 2023 werd opgelegd. De rechtbank toetste uitsluitend de rechtmatigheid van de bewaring vanaf het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 8 november 2023.
Eiser voerde aan dat zijn nationaliteit was vastgesteld zonder persoonlijke presentatie, dat er geen zicht op uitzetting was en dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen. Ook stelde hij dat het beroep tegen het verlengingsbesluit onterecht zonder zitting was afgedaan, wat strijdig zou zijn met artikel 5 lid 4 EVRM Pro en het Winterwerp-arrest.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging door verweerder voldoende was gemotiveerd, dat eiser passief had meegewerkt aan zijn uitzetting en dat medische klachten geen reden vormden om de bewaring op te heffen. Verder was er voldoende zicht op uitzetting omdat de Marokkaanse autoriteiten de nationaliteit hadden bevestigd en een laissez-passer zouden afgeven.
De rechtbank vond geen aanleiding om het beroep alsnog op zitting te behandelen en achtte de gang van zaken niet in strijd met het Winterwerp-arrest. Ambtshalve toetsing leidde niet tot onrechtmatigheid van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard.