ECLI:NL:RBDHA:2023:6381

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2023
Publicatiedatum
3 mei 2023
Zaaknummer
NL23.12031
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bewaring en voortvarendheid uitzettingsmaatregel afgewezen

Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, is op 17 april 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting, aangezien na het vertrekgesprek op 19 april 2023 geen verdere uitzettingshandelingen zijn verricht.

De rechtbank stelt vast dat op 20 april 2023 een laissez-passer aanvraag voor eiser is ingevuld en deze op 21 april 2023 aan de Marokkaanse autoriteiten is verzonden. Dit wijst op voldoende voortvarendheid van verweerder. De ambtshalve toetsing levert geen aanwijzingen op dat de bewaring onrechtmatig is.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier J. de Winter en is openbaar gemaakt op 3 mei 2023.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.12031

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Ruijs),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Bij besluit van 17 april 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Eiser heeft zich akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Eiser heeft op 22 april 2023 de gronden van het beroep ingediend. Verweerder heeft op 24 april 2023 een verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft op 26 april 2023 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1978 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Sinds de oplegging van de maatregel van bewaring op 17 april 2023 is enkel een vertrekgesprek met hem gevoerd op 19 april 2023 en verder heeft verweerder geen andere uitzettingshandelingen verricht. Eiser is van mening dat verweerder zonder goede reden stilzit en meent daarom dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is.
3. Eiser is op 17 april 2023 in bewaring gesteld. Op 19 april 2023 is met eiser een vertrekgesprek gevoerd. Uit het verweerschrift volgt dat op 20 april 2023 een LP [2] -aanvraag voor eiser is ingevuld, welke op 21 april 2023 aan de Marokkaanse autoriteiten is verzonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend handelt.
4. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing [3] ook niet tot het oordeel dat de maatregel van
bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig
was.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Laissez-passer.
3.Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.