ECLI:NL:RBDHA:2023:20308
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende motivering Dublin-overdracht na pushback Kroatië
Eiser, met Sierra Leoonse nationaliteit, diende asielaanvragen in Griekenland, Kroatië en Nederland in. Verweerder nam de Nederlandse aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat Kroatië terecht als verantwoordelijke lidstaat is aangemerkt, mede omdat Kroatië het terugnameverzoek heeft aanvaard en uit Eurodac-gegevens blijkt dat eiser daar een aanvraag deed.
Eiser stelde dat verweerder te laat was met het indienen van het terugnameverzoek, maar de rechtbank verwierp dit omdat het verzoek binnen de termijn na ontvangst van de Eurodac-treffer was ingediend. Ook het niet binnen 72 uur aanleveren van vingerafdrukken aan Eurodac was niet fataal.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Kroatië, ondanks meldingen van pushbacks. Echter, eiser had verklaard slachtoffer te zijn van een pushback in Kroatië, waarbij hij onmenselijk werd behandeld en niet in staat was om klachten in Kroatië in te dienen. Verweerder had deze ervaringen onvoldoende betrokken in zijn beoordeling en onvoldoende gemotiveerd of sprake was van bijzondere individuele omstandigheden die overdracht van bijzondere hardheid rechtvaardigen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg een proceskostenvergoeding van €1.674,- toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-in-behandeling-neming wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit binnen zes weken.