ECLI:NL:RVS:2014:892
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en beoordeling hoger beroep staatssecretaris
Bij besluit van 23 december 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het inreisverbod niet aan de bewaring ten grondslag mocht worden gelegd, omdat de vreemdeling tijdens zijn strafrechtelijke detentie onvoldoende inspanningen heeft verricht om terugkeer te bevorderen. Tevens is vastgesteld dat de vreemdeling niet over voldoende zelfstandige middelen van bestaan beschikt.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beoordeelt het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit opnieuw. De Afdeling stelt vast dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gewerkt aan de uitzetting, ondanks de weigering van de diplomatieke vertegenwoordiging van de DRC om een laissez passer af te geven tijdens de detentieperiode.
Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 maart 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.