Eiser heeft op 11 april 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris heeft geen besluit genomen, ondanks eerdere rechterlijke uitspraken die de staatssecretaris opdroegen binnen een termijn te beslissen. De rechtbank heeft het beroep van eiser gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris de opgelegde termijnen en rechterlijke dwangsommen niet heeft nageleefd, waardoor de maximale dwangsom van €30.000 is vastgesteld. Tevens veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten van eiser.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt dat het niet tijdig nemen van een besluit als een besluit wordt aangemerkt, waartegen beroep mogelijk is. De rechtbank handhaaft de beslistermijn van twee weken en legt een dwangsom van €200 per dag op voor elke dag overschrijding, met een maximum van €30.000.