ECLI:NL:RBDHA:2023:20598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en proceskostenvergoeding na bezwaar
Eiseres is eigenaar van een woning waarvan de waarde voor de WOZ is vastgesteld op € 485.000. Zij betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van € 440.000 voor, onderbouwd met bezwaren over de gehanteerde waarderingsmethode, onvoldoende inzicht in correctiefactoren en voorzieningen, en verwijzingen naar een lagere transactieprijs van een vergelijkbare woning.
Verweerder heeft de waarde gebaseerd op een waardematrix met vergelijkingsobjecten en correcties voor bouwkenmerken, voorzieningen en onderhoud, waaronder een negatieve correctie wegens het ontbreken van een CV-installatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door transparantie over de gehanteerde indexering en correcties.
Wel is geoordeeld dat verweerder artikel 40 Wet Pro WOZ heeft geschonden door onvoldoende inzicht te geven in de invloed van KOUDV-factoren op de waardebepaling, waardoor eiseres pas in de procedure toegang kreeg tot deze gegevens. Dit leidt tot een proceskostenvergoeding. Artikel 8:42 Awb Pro is niet geschonden omdat relevante gegevens wel beschikbaar waren gesteld aan de gemachtigde.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van € 1.674 en tot terugbetaling van het griffierecht van € 50 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.