ECLI:NL:RBDHA:2023:20791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Roemeense verantwoordelijkheid
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege meldingen van mishandeling en pushbacks in Roemenië, en dat hij persoonlijk mishandeld is tijdens zijn eerdere verblijf. Ook vreest hij indirect refoulement naar Syrië vanwege het beschermingsbeleid in Roemenië. Daarnaast beroept hij zich op medische omstandigheden en het arrest C.K. tegen Slovenië.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer van toepassing is, omdat de meldingen onvoldoende zijn om te concluderen dat Roemenië systematisch zijn internationale verplichtingen schendt. De persoonlijke ervaringen van eiser betreffen de periode vóór zijn asielaanvraag en vormen geen bewijs voor een reëel risico bij overdracht. Het beroep op indirect refoulement faalt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het beschermingsbeleid in Roemenië fundamenteel verschilt of dat hij niet adequaat beschermd wordt.
Ten aanzien van de medische omstandigheden concludeert de rechtbank dat de overgelegde stukken geen diagnose PTSS bevatten en geen bijzondere, onomkeerbare gevolgen van overdracht aantonen. De discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris is naar het oordeel van de rechtbank terecht niet ingezet. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Roemenië.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag mag worden overgedragen aan Roemenië.