ECLI:NL:RBDHA:2023:20796
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende onderzoek afvalligheid Irak
Eiser, een Iraakse asielzoeker die zich tot het christendom heeft bekeerd, diende een opvolgende asielaanvraag in die door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van eisers afvalligheid bij terugkeer naar Irak, terwijl de gestelde bekering en de problemen met zijn stam niet onterecht ongeloofwaardig zijn bevonden.
De rechtbank stelt vast dat eiser in Irak als afvallige geldt en vreest voor vervolging, maar dat hij zich in het verleden niet openlijk als zodanig heeft geuit. De staatssecretaris heeft onvoldoende rekening gehouden met relevante factoren zoals herkomstregio, familie en verwesterd gedrag, waardoor het risico op negatieve gevolgen bij terugkeer onvoldoende is onderzocht.
Ten aanzien van de bekering tot het christendom is geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze oprecht is, mede omdat eerdere procedures dit ook zo beoordeelden en nieuwe elementen onvoldoende zijn onderbouwd. De problemen met de stam zijn eveneens niet onterecht ongeloofwaardig geacht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het onderzoek naar de risico's van afvalligheid adequaat moet worden uitgevoerd. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar de risico's van afvalligheid bij terugkeer naar Irak.