ECLI:NL:RBDHA:2023:21133
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters in strafzaak wegens procesbeslissing
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie rechters van de rechtbank Den Haag, omdat hij het niet eens is met het niet horen van twee aangedragen getuigen in zijn strafzaak. De rechtbank heeft dit verzoek behandeld en geconcludeerd dat het wrakingsverzoek niet gegrond is, omdat het verzoek feitelijk gericht is tegen een procesbeslissing van de rechtbank, welke niet kan dienen als grond voor wraking.
De rechtbank benadrukt dat wraking alleen mogelijk is bij concrete aanwijzingen van rechterlijke vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het enkel niet toestaan van onderzoekswensen, zoals het horen van getuigen, is geen reden voor wraking. De rechters achten zich voldoende geïnformeerd over de verkeerssituatie en zien geen meerwaarde in het horen van de voorgestelde getuigen.
De wrakingskamer verklaart het verzoek ongegrond, bepaalt dat de strafzaak wordt voortgezet zoals die stond bij het indienen van het verzoek, en beveelt toezending van de beslissing aan alle betrokken partijen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt ongegrond verklaard en de strafzaak wordt voortgezet.