ECLI:NL:RBDHA:2023:21140
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in voorlopige voorziening zorgregeling
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in een zaak over een voorlopige voorziening omtrent de zorgregeling voor zijn kind. Het wrakingsverzoek was ingegeven door de afwijzing van een verzoek tot aanhouding van de behandeling nadat verzoeker geconfronteerd werd met een nieuw verweerschrift dat hij niet had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat een rechter alleen kan worden gewraakt bij concrete aanwijzingen van vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan. De motivering van de afwijzing van de aanhouding was volgens de rechtbank niet zodanig gebrekkig dat dit als blijk van vooringenomenheid kon worden opgevat.
Verder was er geen sprake van schending van hoor- en wederhoor, aangezien verzoeker meerdere malen de gelegenheid kreeg om de nieuwe stukken te bestuderen. Ook klachten over de bejegening door de rechter werden niet als grond voor wraking erkend.
De wrakingskamer besloot het verzoek af te wijzen en de procedure voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.