ECLI:NL:RBDHA:2023:21240
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, met Turkse nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens het Dublinverdrag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet zonder meer kan worden toegepast vanwege systematische tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem, risico op pushbacks en verwijzingen naar jurisprudentie waaronder het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland. Tevens stelde eiser dat de rechtbank de beantwoording van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie zou moeten afwachten.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt ten aanzien van Kroatië, mede op basis van recente uitspraken van de hoogste bestuursrechter. Eiser had onvoldoende concrete aanknopingspunten geleverd om aan te nemen dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook het verzoek om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af als niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.